Belangrijke spelregels


 

Geen strafslagen
Wanneer je er niets aan kunt doen! (etiquette)

Geen strafslagen en 1 stoklengte droppen

  • Konijnenhol, molshoop, etc. (sporen gravend dier).
  • Tijdelijk water op de fairway of green.
  • Grond in bewerking (blauwe paaltjes). Let op local rule. Bal verloren in de GUR geen straf, droppen waar hij de GUR passeerde.
  • Aangepaalde bomen.
  • Vaste obstakels (schuilhut, bankjes, bordjes, sproeikoppen).
  • Bal op verkeerde green geslagen (voeten mogen wel op de green staan).
  • Bal in pitchmark op de fairway.
  • Jonge aanplant (blauwe paaltjes of blauw lint).

Geen strafslagen

  • Etiquetteovertredingen (door lijn lopen, met je schaduw in de lijn staan).
  • Zand op green weghalen.
  • Spikemarks herstellen nadat iedereen klaar is.
  • Op de green gemarkeerde bal opnemen en schoonmaken. Blaadje onder de gemarkeerde bal wegnemen is geen straf als de bal daardoor beweegt.
  • Pitchmark op green herstellen, zowel van jezelf of van anderen.
  • Verkeerde bal uit de bunker slaan.
  • Foutief droppen (bijv. tegen voet) = opnieuw droppen.
  • Bij de afslagplaats de bal van de tee afstoten = opnieuw opteeën.
  • Van buiten de green de vlaggenstok of een andere bal op de green raken.
  • Een te hoge score inleveren (deze te hoge score telt).
  • De bal breekt in twee stukken = opnieuw slaan.
  • Hark verleggen ook al rolt daardoor de bal weg = terugplaatsen.
  • Bal uit de Pitchmark halen en op de green terugplaatsen.
  • Losse obstakels (hark, blikje, paaltjes, bank).
  • Tegen je tegenstander aanslaan; dan mag je opnieuw slaan of doorgaan waar de bal nu ligt.
  • Wanneer je in een waterhindernis ligt tussen waterrand en paaltjes en je ligt speelbaar, mag je spelen zonder straf.
  • Provisionele bal: als je de bal binnen 5 minuten vindt en hij ligt niet buiten de baan is deze bal weer in het spel en mag je niet doorspelen met de provisionele bal (je krijgt dan ook geen strafslag).
  • Tijdens een slag een tak afbreken is geen straf.

Eén strafslag:
Je had het kunnen voorkomen en het is niet tegen de regels!

1 Buiten de baan           (Witte paaltjes)                    keuze 1
1 Verloren bal (5 minuten)                                        keuze 1

2 Waterhindernis           (Gele paaltjes) keuze 1 en 2

3 Laterale waterhindernis (Rode paaltjes)                   keuze 1­,2 en 3
3 Onspeelbare bal                                                   keuze 1­,2 en 3

Drie keuzes:

  • 1 Terug naar de oorspronkelijke plaats vanwaar je de laatste slag maakte.
  • 2 Naar achteren in lijn met de vlag daar waar de bal ligt of waar de bal de hindernis kruiste.
  • 3 Twee stoklengtes links of rechts van de bal. Bij laterale waterhindernis mag je ook aan de overkant 2 stoklengtes droppen (cirkelen).

Overige:

  • Misslaan.
  • Bal bewogen, ook bij het adresseren (ook al schop je bij het zoeken naar je bal, ertegen aan) altijd terugplaatsen.
  • Ongeldig identificeren en schoonmaken van de bal (altijd één strafslag).
  • Provisionele bal (tijdelijke bal) wanneer je denkt dat je bal buiten de baan is (witte palen) of verloren is buiten een waterhindernis. Strafslag als blijkt dat de bal verloren is of buiten de baan ligt.
  • Op de green je bal opnemen voordat je hem markeert.
  • De bal twee keer raken in één slagbeweging = één slag één strafslag.
  • Bij het zoeken naar je bal, tegen je eigen bal aanschoppen (terugplaatsen).
  • Wanneer de bal tegen het hekwerk of tegen een wit paaltje aanligt en je kunt daardoor niet slaan moet je de bal onspeelbaar verklaren.
  • Je trapt op de fairway tegen de bal van een tegenstander.

Twee strafslagen:

Je doet iets tegen de regels!

  • Op de green tegen iemand zijn bal aanputten.
  • Op de green de bal in de hole putten met de vlaggenstok in de hole, maar ook als de vlaggenstok uit de hole is en de bal rolt ertegenaan.
  • De verkeerde bal slaan, de slag met de verkeerde bal telt niet mee (verkeerde bal uit de bunker slaan geen strafslag).
  • In de bunker je club op het zand zetten en/of in de achterzwaai het zand raken.
  • Van de verkeerde afslagplaats slaan.
  • Tegen je tas, je caddie en/of jezelf aanslaan (ook via een boom).
  • Advies geven aan je tegen­en/of medespeler (over swing of clubkeuze).
  • Je balpositie verbeteren (bijv. tak afbreken, of inhaken bij een struik of boom).
  • Blaadjes, takken of stenen uit de bunker halen.
  • Spikemarks herstellen op de green voordat je gaat putten.
  • Onnodig oponthoud.
  • Zonder toestemming de vlaggenstok eruit halen (wanneer de bal beweegt).
  • Indien je meer dan 14 stokken tijdens de ronde bij je hebt (maximaal 4 strafslagen).

!! Twee strafslagen bij Strokeplay/stableford is verlies van de hole bij matchplay!!

TIPS bij het leren van het regelexamen:

  • Kijk, na het zien van de vraag, als eerste naar het einde van de antwoorden voor het aantal strafslagen.
  • In het midden van de antwoorden staan vaak stoklengtes aangegeven.

Op basis van deze twee combinaties kun je al antwoorden elimineren.