Golf van A to Z


Albatros
In twee slagen op een par 5 in de hole wordt een Albatros genoemd. Een heel zeldzame vogel! Een hole-in-one op een par
4 is in feite ook een Albatros. In de USA noemen ze het ook een double eagle.

Approach
De Engelse en ook in ons land gebruikte term voor een slag naar de green.

Ace
Engelse term voor een hole-in-one.

Adresseren
Wanneer de uitgangspositie (stance) wordt ingenomen dan wordt het clubblad achter de bal gezet. De bal wordt
‘geadresseerd'. Behalve in hazards mag dit altijd gebeuren met het clubblad op de grond. Het clubblad kan bij wegnemen
- doordat het even op de grond blijft haken - abrupt weggaan. Goede spelers adresseren de bal dan ook meestal met het
clubblad iets los van de grond. Het clubblad wordt vòòr het naar achteren wegnemen iets van de grond getild. Hierdoor
verloopt de backswing vloeiender.

Baanpermissie
Alvorens een beginnende golfer de baan mag spelen van zijn/haar eigen club, moet baanpermissie worden
verkregen.Gewoonlijk gaat daar een stukje theorie en toestemming van de professional aan vooraf.

Backspin
Het achteruit draaien van de bal, dat wordt veroorzaakt doordat het clubblad de bal van boven naar beneden raakt. ‘Door
de bal heenslaan'. Topspelers gebruiken backspin om de bal op de green snel te laten stoppen.

Backswing
Het eerste deel van de swing. Het wegnemen van het clubblad tot aan de top van de swing - het keerpunt - van waaruit
de downswing naar de bal begint.

Balans
Het lichaam moet tijdens het innemen van de stand en de swing volledig in balans blijven om een goede slag te kunnen
maken.

Balata
Materiaal waarvan de buitenkant is gemaakt van zogenaamde three piece golfballen die gewoonlijk alleen door
professionals en topamateurs worden gebruikt. De zachte buitenkant maakt controle van de bal veel beter maar is
duurder en veel bevattelijker voor schade.

Balmarker

Een balmarker (ook wel gewoon merker) wordt uitsluitend op de green gebruikt om achter de bal te leggen ( bal tussen
merker en hole in) waarna de bal mag worden opgeraapt en schoongemaakt. Wanneer de speler aan de beurt is, legt
hij/zij de bal precies op dezelfde plaats terug en neemt de merker weg. Een merker kan een muntje zijn of een speciaal
daarvoor gemaakt plat plastic rondje met een pinnetje dat voorkomt dat de merker wegwaait.

Bal vet raken

Het clubblad raakt eerst de grond en dan pas de bal. Hierdoor gaat veel energie (Clubheadspeed) verloren, waardoor de
slag aanzienlijk minder ver zal zijn dan waar op was gerekend.

Birdie
Wanneer de bal in één slag minder dan de par wordt uitgeholed, dan maken we een Birdie. Een twee op een par 3 dus, of
een drie op een par 4, of een vier op een par 5.

Blokkeren
Met veel kracht door de bal heenslaan en daarbij de polsen blokkeren, waardoor geen vloeiende swing met goede follow
through wordt verkregen. Door de blokkerende polsen wordt de bal naar buiten gedrukt en eindigt hij ver rechts naast het
doel.

Bogey
De bal in de hole slaan waarbij één slag méér is gebruikt als de par van die hole aangeeft. Dus een vier maken we op een
par 3; een vijf op een par 4 en een zes op een par 5. Twee slagen boven par heet een double bogey en drie slagen een
triple bogey.

Bounce
De hellingshoek tussen de zool van het clubblad en de onderrand van het slagvak. Een bounce is ook het opspringen van
de bal bij het neerkomen.

Break
Wanneer de bal tijdens het putten door glooiingen in de green niet kaarsrecht rolt maar met een bocht gaat noemen we
dat de break. Het breakpunt is het punt waar de bocht wordt ingezet. De break wordt aangegeven in cm of soms zelfs in
meters als de lengte van het verste punt van de kromming tot aan de rechte lijn van de bal naar de hole. Een putt kan
meerdere breaks hebben. Bijvoorbeeld eerst naar rechts afbuigen en vervolgens weer naar links buigen.

Bunker
Met zand gevuld gat op of naast de fairway en in het bijzonder rondom de green. Bunkers gelden als een extra hindernis
die het spelen interessanter maken. Er zijn ook grasbunkers waarin geen zand ligt, maar langer gras.

Caddy
In basis is een caddy een drager van de golftas. Professionals spelen altijd met een caddy, die dan veel meer doet dat
alleen maar de tas dragen. Hij adviseert de pro, is zijn vraagbaak en coach. De caddy weet vanaf ieder punt in de baan
precies hoever het is naar de vlag. Goede caddies kunnen op de greens uitstekend ‘lijnen lezen' (tevoren kijken hoe de bal
zal rollen).

Carry
De afstand die de bal vliegt vanaf de plek waar hij wordt geslagen tot aan het landingspunt. Wanneer pro's over een
bunker naar de green moeten slaan willen zij precies de Carry weten tot aan de achterste rand van de bunker en zij willen
weten hoever de vlag vanaf dat punt is verwijderd. Zodoende kunnen zij de juiste stok kiezen om precies over de bunker
heen te slaan en weten ze hoeveel rol ze dan over hebben tot aan de vlag.

Chippen
Korte slag vanaf plaatsen rond de green naar de vlag. Bij het chippen wordt de bal laag gehouden en rolt hij na de landing
een flink stuk door.

Club
Met club wordt zowel een vereniging aangeduid als een golfstok. In ons land wordt gesproken over clubs, stokken, ijzers
en houten. Er mogen er 14 mee in de tas tijdens een ronde golf.

Clubheadspeed
Snelheid waarmee het clubblad door de bal heengaat bij impact. Een hogere Clubheadspeed resulteert in een grotere
afstand. Topspelers komen tot snelheden van 50 en zelfs 60 meter/sec; amateurs (vrouwen) halen gemiddeld rond 30
meter/sec en amateurs (mannen) komen aan 40 meter/sec.

Cut
4 betekenissen. Een van buiten naar binnen geslagen slag waarbij de bal hoog gaat en na het landen snel stopt. Een snee
in de bal (komt vooral bij Balata's snel voor). Doordat de bal getopt is. De schifting na 2 dagen spelen in een
(professioneel) toernooi. Een bepaald aantal spelers mag doorgaan de volgende twee dagen, de rest ‘mist de cut' en mag
naar huis. En tenslotte ‘the first cut' het kortst gemaaide stuk gras naast de fairways of rond de greens.
Dimples
De kleine deukjes (tot 500 aan toe!) In de schil van de golfbal die voor de aërodynamische eigenschappen van de golfbal
zorgen. Hoe dieper de dimples zijn hoe vlakker de bal zal vliegen.

Dogleg
Hole waarvan de fairway geknikt is en die daardoor enigszins zou lijken op een poot van een hond. Gewoonlijk knikt de
hole op een punt dat met een goede drive is te halen. Pas bij het tweede schot is dan de vlag te zien, tenzij de drive
tekort is geslagen. Dan volgt een blind schot naar de green. Longhitters hebben bij doglegs vaak de mogelijkheid de hoek
af te snijden en daardoor de totale afstand van de hole beduidend in te korten. Zij hebben dan wel een blind schot vanaf
de tee en het schot is risicovoller dan een drive naar het midden van de fairway.

Divot
Een plag die je - vooral met korte ijzers - uit de grasmat slaat. Bij een goed geslagen bal met een kort ijzer wordt de
Divot achter de bal uit de grasmat geslagen. De golfer haalt de Divot op, legt hem terug in het ontstane gat en trapt hem
goed aan. Alleen op de afslagplaatsen (tees) worden divots niet terug gelegd. De greenkeepers repareren daar
uitgeslagen divots door de gaten aan te vullen met nieuwe grond waarin graszaad is verwerkt. Op sommige banen staan
bakken op de afslagplaatsen met dergelijke geprepareerde grond. Op veel banen in de USA en Japen mogen divots niet
worden teruggelegd (omdat zij door de gebruikte grassoort niet aanslaan) maar moet met zaad vermengde grond in de
gaten worden gestrooid.

Driving range
Oefenbaan waar les kan worden genomen,zelfstandig worden getraind en ingeslagen voor een ronde golf.
Draw
Een bewust zodanig geslagen bal dat deze van rechts naar links beweegt in de lucht en langer doorrolt dan een kaarsrecht
geslagen bal. Wanneer de curve die de bal volgt erg groot is, spreken we van een hook. Slaat de bal met een geweldige
bocht direct links af dan is het een misslag die luistert naar de benaming quick-hook.

Dun geraakt
Ook wel getopt. Je raakt de bal maar net met de onderkant van het clubblad. Daardoor werkt de loft van het clubblad niet
en blijft de bal laag. Bovendien komt hij lang niet zo ver als bij een goede slag.

Doorzwaai
Of wel follow through. Het deel van de swing dat direct na het balcontact komt. Alleen door goed te slaan, kan bij een
volle swing een optimaal resultaat worden verkregen. Wordt niet goed doorgeslagen dan bestaat het gevaar dat het
afremmen al begint vóór of tijdens het balcontact waardoor het clubblad minder snel door de bal heengaat en dus minder
energie overdraagt.

Drop
Wanneer een bal onspeelbaar ligt, kan door middel van een drop op een andere plaats al dan niet met een strafslag
worden verder gespeeld. Bij de drop houdt met de arm gestrekt voor het lichaam en laat de bal dan vallen. De regels
bepalen waar mag worden gedropt en of een strafslag van toepassing is.

Eagle
Twee slagen onder de par. Amerikanen spreken meestal van een eagle 4 of een eagle 5 waarmee meteen vastligt wat
voor soort eagle is geslagen: een 2 op een par 4 of een 3 op een par 5. Een hole-in-one op een par 3 kan ook een eagle
worden genoemd, maar gebruikelijk is dat niet.

Eer
Degene die als eerste afslaat heeft de eer of honour. Op de eerste hole is dat vaak degene met de laagste handicap.
Daarna is het degene die op de voorgaande hole het beste resultaat boekte. Was het resultaat van de spelers op de
voorgaande hole gelijk dan behoudt degene die hem daarvoor had de eer.
Een, twee of driedelige ballen
Golfballen worden opgebouwd uit meerdere onderdelen. Een bal uit één geheel ( geperst rubber) wordt veelal toegepast
op driving ranges. Deze ballen zijn goedkoop en er wordt weinig anders dan een lange levensduur van verlangd. Ballen
met een kern en een aparte schaal daaromheen (cover) zijn de meest voorkomende golfballen die door de gemiddelde
amateur worden gebruikt. Ballen met 3 schalen ( three piece balls) zijn duur en worden gewoonlijk uitsluitend door goede
amateurs en professionals gebruikt vanwege hun uitstekende eigenschappen. Vooral de mogelijkheid deze ballen snel te
laten stoppen en veel backswing mee te geven, spreekt de topspeler aan.

Etiquette
In golf bestaan naast spelregels ook regels die onder de noemer etiquette vallen. Zoals het woord aangeeft, gaat het om
beleefdheidsregels die echter veelal ook veel met de veiligheid op de baan hebben te maken. Zo mag je nimmer afslaan
wanneer spelers voor je nog binnen bereik van de tee zijn, zelfs al is dat bereik voor je eigen capaciteiten te groot. Ook
het stilstaan en je mond houden wanneer een ander put of slaat, wordt onder de etiquette gerangschikt. Etiquette is zeker
niet vrijblijvend al staan er geen sancties op.

Fade
Een bewust met een curve van links naar rechts geslagen bal. Een fade vliegt hoger en rolt minder door. Topspelers slaan
bv. een fade op een par 3 met de wind van rechts. De bal klimt hoger en ligt na het neerkomen vrijwel direct stil. Een
fade met veel meer curve heet een slice.

Fairway
De vrij kort gemaaide strook gras die van afslagplaats naar green leidt.
Fairwaybunker
Bunker die als hindernis fungeert aan de rand van de fairway of er middenin. Fairwaybunkers zijn altijd strategisch
geplaatst om bijvoorbeeld het landingsveld voor de drive te verkleinen.

Flyer
Wanneer de bal in het hogere gras naast de fairway ligt en er komt gras tussen de bal en het clubblad bij de slag dan
spreken we van een flyer. Door het gras krijgt de bal niet de gebruikelijke backspin van de groeven in het clubblad. Het
gevolg: de bal blijft laag en vliegt veel verder dan normaal.

Fore!
Waarschuwingskreet die een golfers slaakt wanneer de bal in de richting van andere spelers vliegt en die dreigt te raken.
Fore is de afkorting van Flying Object Reaching Earth.

Freedrop
De bal droppen zonder dat er een strafslag bij valt. Bijvoorbeeld, wanneer de bal in een als "gur" aangemerkt stukje
grond is terecht gekomen.

Greenfee
Toegangsbiljet voor het spelen op een golfbaan. Leden van een club betalen op hun eigen baan geen greenfee. Bezoekers
moeten greenfee betalen om te mogen spelen. Zij moeten bovendien aan de ter plaatse geldende regels ( bijvoorbeeld in
het bezit zijn van een bepaalde handicap) voldoen.

Grooves (groeven)
De groeven in het clubblad die de bal een rugwaartse spin bezorgen die in combinatie met de dimpels in de bal
aërodynamische eigenschappen tijdens de balvlucht bepalen. Bij korte approaches kunnen topspelers zoveel backspin
genereren, dat de bal op de green terugspint.

Green
Het extreem kort gemaaide kleine grasveldje waar de vlaggenstok in de hole staat. Op de green wordt de bal uiteindelijk
geholed. Geen enkele green van geen enkele golfhole is hetzelfde.

GUR
Door middel van blauwe paaltjes of witte lijnen met een bordje gur aangegeven gebied. Indien de bal hierin komt, mag
een speler volgens de regels zonder strafslag de bal buiten dit gebied droppen. De regels geven aan waar dient te worden
gedropt. Gur staat voor ground under repair.

GVB
Golfvaardigheidsbewijs. Een soort golfdiploma dat voorafgaat aan het halen van een officiële handicap. Ook niet-leden van
golfclubs kunnen een GVB halen en daarmee hun vaardigheid bewijzen, zodat zij als gastspeler op golfbanen terecht
kunnen.

Handicap
Verrekeningsfactor die het mogelijk maakt dat goede tegen minder goede spelers uitkomen met een gelijke kans om te
winnen. Tel je de pars van de 18 holes van een golfbaan bij elkaar op, dan komt er meestal 72 uit. Speel je de baan
gewoonlijk in 72 slagen dan heb je handicap 0, ofwel je bent een scratchspeler. Een minder goede speler mag over
dezelfde baan 72 slagen, plus het aantal slagen dat zijn handicap aangeeft, doen. Een handicapper 18 speelt dus op zijn
eigen niveau wanneer hij de baan in 90 slagen rondt. De handicap van een speler wordt volgens een bepaald systeem,
waarbij wedstrijdresultaten en gespeelde ronden tellen, bijgehouden. Wordt de speler beter dan krijgt hij op den duur een
lagere handicap; wordt hij minder goed dan gaat zijn handicap langzaam omhoog. Professionals hebben geen handicap.
Zij worden geacht van 0 te spelen, maar zijn meestal veel beter. Topamateurs die beter dan 0 spelen, krijgen een "plushandicap".
Bij handicap 2 moet een speler een baan met een pas van 72 in 70 slagen ronden.

Hiel
Het deel van het clubblad dat grenst aan de stok.

Hole
Hole heeft twee betekenissen. Het is de verzamelnaam van de speelbaan van afslagplaats tot en met green met alles dat
er bij hoort. Een golfbaan heeft gewoonlijk achttien verschillende holes. Bij een negen holes baan worden deze voor een
volledige ronde tweemaal gelopen, waarbij vaak verschillende afslagplaatsen gelden voor de tweede negen holes. De hole
is ook het putje waar de bal uiteindelijk in moet. Dit putje heeft een diameter van 10,8 cm en de houder waarin de vlag
wordt gezet moet minstens 2,5 cm onder de rand zitten. Op de green zijn meerdere posities waar de hole kan worden
gestoken. Gewoonlijk wordt de hole (om slijtage van de green ter plekke tegen te gaan) om de paar dagen op een andere
plaats gestoken. Tijdens wedstrijden wordt dagelijks een andere "pinpositie"gebruikt, waarbij die van de laatste en
beslissende dag gewoonlijk het moeilijkst is.

Hole-in-one
De bal in een klap vanaf de afslagplaats de hole inslaan. Meestal gebeurt dat op de par 3 holes, maar er vallen ook wel
eens hole-in-ones op niet al te lange par 4's. Wie een hole-in-one slaat biedt traditiegetrouw de bij binnenkomst
aanwezigen in het clubhuis een drankje aan. Tegen de kosten daarvan kan men zich verzekeren.

Houten
De houten zijn de, tegenwoordig veelal geheel van lichtmetaal gemaakte, lange stokken met grote koppen waarmee extra
lengte wordt verkregen. Houten waren er vroeger van 1 tot 5. Tegenwoordig zijn er ook houten zevens, negens en zelfs
elven. De houten 1, de driver, wordt op de lange holes van de tee gebruikt. De houten drie wordt zowel van de tee als in
de fairway gebruikt. De houten 5 is een typisch "fairway wood" en de hogere houten kunnen ook vanuit de rough worden
geslagen.

Hook
De balvlucht die sterk van rechts naar links gaat. Meestal is een hook een foute slag, maar topslepers gebruiken een hook
om bijvoorbeeld een obstakel te omzeilen. Zij hooken de bal om een boom heen.

Impact
Moment waarop het clubblad de bal tijdens de swing vol raakt.

Lengte
De totale afstand die een speler slaat. Dus de vlucht van de bal plus het uitrollen.

Lie
De hoek waaronder de stok staat wanneer het clubblad vlak op de grond wordt gezet.

Lippen
Het gebeurt iedereen en maar al te vaak: de bal wordt naar de hole geputt, lijkt te vallen, maar pakt het randje van de
hole, wordt van richting verandert en valt niet maar loopt een stukje door. De bal lipt de hole. Jammer!

Lob Wedge
Speciale wedge met extra grote loft die de laatste 10-15 jaar zeer in trek is gekomen. Deze wedge wordt gebruikt voor
zeer korte, hoge slagen. Om uit de troep te komen of om uit een moeilijke positie vlakbij de green over een boom heen
naar de green te kunnen slaan. De loft van de lob wedge is gewoonlijk 60-62 graden. Door deze extreme loft is met de lob
wedge veel backspin te genereren waardoor de bal goed is te stoppen. Ook de hoge balvlucht zorgt er voor dat de bal snel
tot stilstand komt.

Loft
De hellingshoek van het clubblad in graden. De loft bepaald hoe ver en hoog de bal vliegt. Korte ijzers ( hoge nummers,
wedges) hebben veel loft; lange ijzers en houten hebben minder loft.

Markers
Markers geven op de afslagplaats aan waar vandaan moet worden geslagen. Zij worden ook teemarkers genoemd. Ze zijn
er in verschillende kleuren om de plaatsen voor beginners, gevorderden en topspelers en voor dames en heren aan te
geven. De merkers die het verst naar achteren staan, meestal zwart of blauw, zijn de backtee's waar topamateurs en
professionals van spelen.

Meetpunt
Op de afslagplaatsen en soms ook in de fairway of er naast, zijn meetpunten waar vandaan de hole is gemeten. Op de
afslagplaatsen zijn het gewoonlijk stenen waarvan de kleur overeenkomt met die van de merkers. Op de scorekaart is te
lezen hoelang de hole is. In de baan staan vaak paaltjes naast de fairway op 150 meter vóór het midden van de green om
de golfer enig houvast te geven over de afstand.

Negentiende hole
Populaire benaming voor de bar in het clubhuis waar je na het spelen van 18 holes een drankje neemt.
Never up never in
Populaire uitdrukking die aangeeft dat wanneer je een putt tekort laat, deze nooit de kans heeft te vallen. Een goede putt
valt of loopt net voorbij de hole.

NGF
Nederlandse Golf Federatie, overkoepelende organisatie waar de golfclubs in Nederland bij zijn aangesloten.

Offset
Iets naar achter verzet clubblad, wat vooral bij lange ijzers wordt toegepast om te voorkomen dat de bal met deze ijzers
te veel gaat slicen.

Opteeën
Op de afslagplaats mag de bal vanaf een teepeg worden geslagen. Met het balletje in de hand en de teepeg tussen de
vingers drukken we de teepeg (ofwel gewoon tee) gemakkelijk de grond in. De juiste hoogte is veelal een kwestie van
persoonlijke smaak, maar als richtlijn kan gelden dat de bal op de juiste hoogte staat wanneer de helft ervan wordt
afgedekt door het achter de bal op de grond staande clubblad.

Hoog Opteeën
Om extra lengte te verkrijgen, kan je de bal hoog opteeën. De bal wordt dan geraakt wanneer het clubblad alweer naar
boven gaat waardoor een voorwaartse spin wordt verkregen die meer rol geeft. Er moet wel danig op worden geoefend,
want minder goede spelers hebben sterk de neiging onder de bal door te slaan wanneer deze hoog is opgeteed en dat
resulteert slechts in een vuurpijl vrijwel recht omhoog.

Laag Opteeën
Met de tee diep in de grond, blijft de bal laag en vliegt hij gewoonlijk recht uit. Er treedt echter verlies in afstand op.
Bovendien lopen we het risico eerst de grond te raken, wat nog meer afstandsverlies oplevert. De diep in de grond
gestoken tee kan extra weerstand betekenen, wat leidt tot een bal die enigszins van links naar rechts (fade) vliegt.

Oversized
Extra groot clubblad met extra grote sweetspot. Oversized clubs zijn er bij houten, ijzers en zelfs putters.

Outs of bounds
Ieder golfbaan wordt begrensd en ook op sommige plaatsen op de golf worden gebieden aangegeven (met witte paaltjes)
die ‘out of bounds' zijn. Komt een bal buiten de omheining van het golfterrein of in zo'n als ‘out of bounds' aangegeven
gebied, dan mag er niet mee worden verder gespeeld. De slag telt, de speler krijgt een strafslag er bij en hij/zij moet
vanaf de plaats waar vandaan de bal ‘out of bounds' werd geslagen opnieuw slaan. ‘Out of bounds' wordt afgekort tot OB.
De speciale ob-zones op een golfbaan worden op de scorekaart aangegeven. In de baan zijn ze herkenbaar aan de eerder
genoemde witte paaltjes.

Par
Komt van het Latijnse ‘pari' hetgeen weer gelijk betekend. De pas van een hole geeft aan hoeveel slagen een topspeler
geacht wordt nodig te hebben om de hole te spelen. De par van een hole komt tot stand door bij het aantal slagen dat
nodig is om de green te halen 2 putts op te tellen. Op een par 3 (heren maximaal 229 meter, dames 183 meter) wordt je
dus geacht in één slag op de green te komen. Op een par 4 (heren 201 tot 457 meter; dames van 171 tot 381 meter) in 2
en op een par 5 (heren vanaf 402 meter'dames vanaf 342 meter) in 3 slagen. Buiten de lengte is de moeilijkheidsgraad
medebepalend voor het vaststellen van de par. Een hole kan dalen of stijgen, een bocht maken etc. De som van de pars
van de holes geeft de par van de baan. De meest voorkomende indeling is 10 par 4 holes, 4 par 3's en 4 par 5's; samen
par 72.

Pitch
Korte, hoge slag naar de green. De Pitch wordt doorgaans uitgevoerd met een wedge. De bal rolt door de hoogte van de
vlucht en de mate van backspin slechts weinig door op de green.

Pitching wedge
De stok die bij afstanden van 100 meter en minder van de green het meest wordt ingezet. Zowel voor hoge slagen naar
de green als voor lager (handen vóór de bal) gehouden slagen waarbij de bal wat minder doorrolt.

Pitchmark
Doordat de bal van grote hoogte op de green landt, maakt hij - wanneer de green tenminste niet keihard is - een kuiltje
in de green; de pitchmark. Met een speciaal daarvoor gemaakt vorkje, de pitchfork; repareert de golfer dat kuiltje om te
voorkomen dat het gras ter plaatse doodgaat en de green blijvende beschadiging oploopt. En uiteraard ook om andere
golfers een mooi vlakke green te laten aantreffen zonder pitchmarks.

Pitchfork
Speciaal vorkje dat iedere golfer in zijn/haar zak moet hebben tijdens het spelen om pitchmarks op de greens (niet alleen
de eigen, maar ook die van andere niet nalatig zijn geweest) te repareren om zo te voorkomen dat de greens blijvend
beschadigd worden.
Wanneer een pitchmark niet tijdig wordt gerepareerd, gaat het gras ter plaatse dood en blijft een gat achter.

Pro
Kort voor professional. Er zijn typen professionals: teaching en playing. De eerste groep geeft les, de tweede groep speelt
op de verschillende toernooienreeksen om prijzengeld te verdienen. Pro's zijn er zowel onder de dames als onder de
heren.

Pull
Mislukte slag waarvan de balvlucht met een extreme bocht naar links gaat.

Punch
Ook wel stootslag die veel wordt gebruikt wanneer in de wind wordt gespeeld omdat de bal er lager door blijft vliegen. De
bal wordt vanaf de rechtervoet gespeeld, waarbij het gewicht meer op links is dan normaal. Wordt ook veel gebruikt
vanuit moeilijke liggingen en uit divots. Door de kortere en steilere backswing en de kortere follow through ook uitstekend
bruikbaar vanonder takken vandaan.

Push
Mislukte slag waarbij, meestal door het te star houden van de polsen, de bal ver rechts van het doel eindigt.

Putt
Belangrijkste slag van golf! Op de green vallen relatief de meeste slagen en daar valt het meest te winnen door de bal
steeds in zo min mogelijk slagen in de hole te putten.

Putting green
Andere benaming voor green. In feite wordt de naam putting green alleen gebruikt voor de oefengreen die meestal dicht
bij het clubhuis ligt en waarop golfers het belangrijke putten kunnen oefenen.

Rabbit
Engels voor konijn. Naam die wel voor beginners wordt gebruikt. Die althans wordt gebruikt voor de meest vooropstaande
teemarkers: de Rabbit tees.

Recovery shot
Slag vanuit de problemen terug naar een positie van waaruit gewoon kan verder worden gespeeld.

Regels
In golf is iedere speler zijn eigen scheidsrechter. Het is bovendien een daarom zo gecompliceerde sport, omdat geen
golfbaan gelijk is aan een andere. Vandaar dat er vele golfregels zijn die worden vastgesteld door de Royal & Ancient Golf
Club in St. Andrews en de United States Golf Association. Een golfer hoort een boekje met de regels bij zich te hebben om
in voorkomende gevallen te weten wat hij/zij moet doen. De regels in golf zijn er overigens niet in de eerste plaats om
golfers te straffen, maar om ander alle omstandigheden - al dan niet met het toekennen van strafslagen - verder spel
mogelijk te maken. Professionals weten vaak via de regels beter uit moeilijke situaties te komen.

Routine
Ritueel dat een golfer doorloopt alvorens te slaan.

Rough
Alle natuurlijke gebieden op een golfbaan. In feite vallen slechts de greens, fairways en tees er buiten. Richtpunt om het
oplijnen te vergemakkelijken gaan we eerst achter de bal staan en kiezen dan op een meter vóór de bal een punt uit dat
precies in de richting van het doel is. Bij het adresseren van de bal kijken we naar de lijn tussen de bal en dat punt. We
zetten het clubblad haaks op die denkbeeldige lijn en stellen voeten, knieën en heupen evenwijdig aan die lijn op.

Sandwedge
Speciale wedge die wordt gebruikt in de bunkers. Door de vorm van de zool kan deze wedge gemakkelijk door het zand
worden geslagen. De bal zelf wordt dan niet geraakt, maar vliegt met het zand uit de bunker.

Score
Op de scorekaart wordt de score bijgehouden: het aantal slagen dat per hole wordt gebruikt. De score kan worden
omgerekend in Stablefordpunten: de cijfers van alle holes bij elkaar geeft de totalscore.

Semi rough
Langs de fairways en rond de greens is een strook die minder kort is gemaaid. Deze wordt de semi rough ofwel de first
cut genoemd.

Set up
Ook wel de stance. De stand waarin de speler de bal adresseert en kaar is om aan de backswing te beginnen.

Slice
Balvlucht die van links naar rechts verloopt. De meeste amateurs slaan een slice. De slice geeft minder lengte.

Slope rating
Naast de handicap van de golfer zelf wordt meer en meer (ook in Nederland) een handicap toegekend aan de golfbaan. Er
bestaan namelijk grote verschillen in moeilijkheidsgraad tussen golfbanen die alle dezelfde par hebben. De slope rating
lost dit probleem op. De gemiddelde golfbaan heeft een slope rating van 113. Is de slope rating lager dan is de baan
gemakkelijker; is hij hoger dan is de baan moeilijker.

Spiegelei
Wanneer de bal van grote hoogte in een bunker valt, kan hij diep in het zand verdwijnen. We spreken dan van een
spiegelei. Met het clubblad gesloten de bal eruit hakken. Zelfs topspelers kunnen niet helemaal voorspellen waar de bal
zal landen.

Spin
Draaiing van de bal in de lucht. Normaal wordt de bal met wat backspin geslagen waardoor hij mooi op koers blijft en het
goede vluchtpatroon heeft. Wordt een bal getopt dan krijgt hij voorwaartse spin en blijft laag en rolt ver door. Door met
het clubblad niet haaks door de bal te slaan ontstaat zijwaartse spin die de bal een afwijking naar links of rechts kan
geven.

SSS
Standard Scratch Score. In feite een verfijning van de par van een golfbaan. De par kan vanaf de herentees spelend en
vanaf de backtees 72 zijn, terwijl de SSS vanaf de herentees 72 is en vanaf de backtees 74. Bij de SSS speelt vooral de
totale lengte van de holes een belangrijke rol.

Square

Tijdens het innemen van de stance (set up) moet een golfer er goed op letten square (haaks) te staan. Op de lijn naar het
doel. Het clubblad staat haaks, de lijnen langs de voetpunten en de heupen en de schouders lopen evenwijdig met de lijn
naar het doel.

Sterke grip
Wanneer de handen wat meer dan gebruikelijk naar rechts draaien op de greep, spreken we van een sterke grip. Het
clubblad komt wat meer gesloten door de bal die daardoor lager blijft en een balvlucht (draw) van rechts naar links gaat.
Goed voor verdere slagen.

Stroke index
De holes op een golfbaan zijn niet alleen van 1 t/m 18 genummerd, maar iedere hole heeft nog een tweede getal, de
stroke index, van 1 t/m 18. Dat getal geeft de moeilijkheidsgraad aan van de hole aan ten opzichte van de andere holes
op de baan. De hole met stroke index 1 wordt geacht de moeilijkste hole van de baan te zijn, de hole met index 18 de
gemakkelijke. De stroke index wordt gebruikt bij het toekennen tijdens wedstrijden van slagen. Een handicapper 12 heeft
bijvoorbeeld slagen op de holes met stroke index 1 t/m 12.

Sweet spot

Het ideale punt op het clubblad om de bal te raken. Hier vindt de optimale overdracht van energie plaats. De bal vliegt
verder wanneer hij precies in de sweet spot ("tussen de schroeven") wordt geraakt.

Swing keys
Punten van de swing die je onthoudt om jezelf te controleren. Wie zijn swing in een stuk of 3 belangrijke swing keys weet
in te delen, kan tijdens een ronde eventuele fouten herstellen door vóór de volgende slag de verschillende punten te
controleren. Sta je goed achter de bal, is de take away goed, breng je je gewicht goed over?

Take away
Het begin van de back swing. Het wegnemen van het clubblad achter de bal.

Tee
Engelse woord voor afslagplaats. Op de tees staan de teemarkers die aangeven waar je moet afslaan.
Teepeg
Gewoonlijk simpelweg tee genoemd. Klein houten of plastic opzettertje waar de bal op wordt gezet bij de afslag. Mag
alleen - hoe kan het ook anders!- op de tee worden gebruikt ...

Tee time

Tijd waarop wordt afgeslagen. Bij veel golfbanen wordt met tee times gewerkt. Golfers bespreken van te voren een
bepaalde tijd en hebben het recht op die tijd te starten.

Texas wedge
Amerikaanse uitdrukking voor de putter wanneer die van buiten de green wordt gebruikt. Bijvoorbeeld vanuit een bunker
met mooi glooiende lip en hard zand of vanaf de voorgreen.

Tiger line
Een directe lijn naar de hole. Meestal spreek je over de Tiger line wanneer er risico aan is verbonden en wanneer
bijvoorbeeld een flinke Carry vereist is om over de problemen heen te komen.

Timing
De juiste samenwerking tussen de verschillende lichaamsdelen die een vloeiende swing en een perfect raken van de bal
tot gevolg heeft.

Toppen
De bal hoog raken waardoor een voorwaartse spin ontstaat. De bal wordt met de onderkant van het clubblad geraakt en
de energieoverdracht is daardoor aanzienlijk minder dan wanneer de bal vol in de sweet spot wordt getroffen.

Touch
Gewoonlijk te omschrijven met gevoel. Touch op de greens wil zeggen dat je voelt hoe hard je de bal moet putten.

Uitlippen
Het gebeurt iedereen en maar al te vaak: de bal wordt naar de hole geputt, lijkt te vallen, maar pakt het randje van de
hole, wordt van richting verandert en valt niet maar loopt een stukje door. De bal lipte de hole. Jammer!

Vlag
De vlag staat op de green en geeft aan waar de hole precies is gestoken, zodat een speler van grote afstand kan zien
waar de bal uiteindelijk moet zijn. Voor de vlag gebruiken we ook het engelse woord ‘pin' of ‘stick'. Gewoonlijk is de pin
1,80 meter lang. Een vlaggetje wappert van de top. Meestal rood voor de eerste negen holes en geel voor de tweede
negen.

Vet raken
De grond vóór de bal raken tijdens de slag. Gevolg: verlies van controle en afstand.
Voorwaartse druk
Handen, knieën of heupen worden voor het begin van de slag of de putt een stukje naar voren, in de richting van het
doel, gedrukt.

Waggle
Korte bewegingen heen en weer met de kop van de stok voordat de eigenlijke swing wordt begonnen.

Wedge
IJzer met extreem veel loft dat wordt gebruikt voor korte slagen naar de green of uit de rough terug naar de fairway.

Windrichting
Aangezien de wind veel invloed heeft op de vlucht van de golfbal, willen we vóór de slag precies weten uit welke hoek de
wind waait. Een plukje gras opgooien, geeft het antwoord. Op bosbanen helpt deze methode niet. Daar is het zinvoller
naar de boomtoppen te kijken om vast te stellen waar de wind vandaan komt. Als de wind mooi constant is, kan tevoren
een indicatie op de scorekaart (de plattegrond met de holes, indien aanwezig) worden gemaakt.

Yips
Een niet verklaarde verkramping van de spieren in de armen die vooral bij korte putts tot rampzalige resultaten leidt.
Door andere putt methoden en zelfs lange putters proberen golfers die last hebben van Yips daar vanaf te komen.

IJzers
IJzers zijn golfclubs met een stalen clubblad dat vrij vlak is. Tegenwoordig hebben de meeste houten ook een metalen kop
(metal woods) maar deze is veel groter en ronder.
IJzers lopen vanaf de 1 t/m de 9. Vervolgens komen de wedges waarvan de pitching wedge en de sand wedge de meest
bekenden zijn. Ook de lob wedge met extra grote loft wordt steeds populairder.

Zwakke grip

De handen te veel naar links gedraaid op de greep. Daardoor bestaat het gevaar dat bij het balcontact het clubblad open
zal staan, hetgeen aanleiding vormt tot een slice. Verlies aan lengte en de bal komt ver rechts van het doel terecht